Een pleidooi voor de nutteloosheid

Afgelopen week werd ik ziek. Een flinke verkoudheid, of griepje in de volksmond, niets bijzonders. Behalve dat dit de tweede keer is dat ik ziek werd in twee weken tijd en zelfs de derde keer in drie maanden. Bovendien werd het dit keer ingeluid met draaiduizeligheid.

Als er iets vervelend is is het wel draaiduizeligheid. Het gevoel dat je van iedere beweging misselijk wordt en je lichaam je in de steek lijkt te laten bij zoiets simpels als rechtop gaan zitten. Gelukkig wist ik door eerdere ervaringen hiermee in mijn directe omgeving wat er aan de hand kon zijn en dat er ook vrijwel niets anders aan te doen is dan rust nemen. Na een dag was het ergste verdwenen, maar met het residu aanwezig ontdekte ik (opnieuw) hoe veel energie het kijken naar schermen kost; ik kon niet meer op mijn telefoon een tekst doorscrollen of naar een snelle beweging in een actiefilm kijken zonder opnieuw mijn orientatie te verliezen en misselijk te worden. Niet erg genoeg om volledig van de kaart te zijn, maar voldoende om het heel hinderlijk en vermoeiend te maken. Vervolgens bleek ook dat ik niet of nauwelijks meer uit mijn woorden kwam.

Omdat de symptomen, behalve hoesten en proesten, zo veel leken op die mijn vriend een jaar eerder heeft ervaren toen hij uitviel met zijn burnout besloot ik een drastische poging te doen mijn hoofd volledige rust te geven: geen nieuws, geen sociale media (want dat is ook nieuws), geen inspirerende, maar ook frustrerende boeken, geen uitdagende spelletjes en geen drukke films of series meer. Dat bleek een flinke uitdaging. Want ineens wist ik niet zo goed meer wat ik dan wel kon doen. Langzamerhand voelde ik spieren ontspannen waarvan ik overtuigd was dat er geen spanning inzat, ik begon meer spontaan te lachen, werd creatiever en tegen de tijd dat ik langzaam wel weer iets ging doen gingen spelletjes me veel makkelijker af dan het in tijden was gegaan. Ineens besefte ik het belang van ontspanning. Niet het soort waarin je je aandacht op iets richt zoals een film, spel, boek of zelfs een ander en ook niet het soort dat wordt aangeraden als ontspanningstechnieken, maar echt helemaal niets.

Productiviteit

Op de vraag: ‘Zou je 5 tot 10 minuten met een kop koffie voor je uit kunnen staren?’ kreeg ik vorig jaar vrij snel het antwoord: ‘nee, dat zou voelen alsof ik niets aan het doen ben, en dat voelt niet als vooruitgang.’ een flink aantal jaren eerder vertelde een huisgenoot mij niets te lezen of te doen dat niet ‘nuttig’ is.

Ons leven staat in het teken van productiviteit. De tijd die we niet besteden aan onszelf ontwikkelen is de tijd die we achterlopen op een ander, en dus wat onze concurrentiepositie op de arbeidsmarkt beschadigd. Nu steeds meer mensen een burn-out lijken te krijgen en anderen dit uit de weg willen gaan komt er aandacht voor ontspanning. Maar alleen als het een naam en moment heeft (yoga, mindfulness, meditatie), want dan draagt het bij aan de productiviteit. Op zich is hier helemaal niets mis mee en kan het goed zijn om dit soort ontspanningsoefeningen op regelmatige basis te beoefenen.

Dit doe ik zelf ook en het heeft mij een heel eind geholpen. Tot het moment dat niet langer een middel was voor ontspanning, maar een toevluchtsoord. De yoga was niet langer een moment waarop ik ontspannen kon bewegen om daarna weer verder te gaan met de rest van de week. In plaats daarvan werd het een heilig middel, een hack om meer uit mezelf te halen, een soort supermens te worden. Ik geloofde bijna dat ik door alle asana’s perfect uit te voeren als vanzelf uit zou komen bij het moment dat ik geen angst of vermoeidheid meer zou kennen, maar vol vertrouwen alles aan zou kunnen. Het feit dat ik de opleiding van deze yoga volg versterkte dit alleen maar. De lessen leverde eerder spanning op dan ontspanning en ondanks dat ik na de les vol energie naar huis ging stortte ik de volgende dag volledig in. Ik was kapot. Op de dagen dat ik niet de energie had om mijn volledige ambitie in de yoga te stoppen volgde ik als een voorgeprogrammeerde pop de aanwijzingen van de docent zonder mentaal aanwezig te willen zijn. De yoga werd een onderdeel van mijn productiviteit, waardoor het feitelijk effectiviteit verloor.

Loslaten, niets doen

Op een bepaald moment moet je erop vertrouwen dat de techniek en wat je hebt geleerd met je meeloopt. Dan laat je de bewuste aansturing los.” Aldus Gert van Leeuwen, de oprichter van Critical Alignment Yoga. Met alle middelen en kennis die we toegereikt krijgen mogen we er ook op zijn tijd op vertrouwen dat ze met ons mee lopen. Dat wat we hebben geleerd, dat waarin we ons ontwikkelen vanzelf zijn plek vindt je de aansturing ervan loslaat.

Daarom is mijn pleidooi: Doe eens even helemaal niets. Gewoon zitten, of liggen. Geen schermen, niet praten, niet lezen, geen ademhalings- of mindfulness technieken. Geen gedachten achterna jagen of los proberen te laten. Geef het geen naam, of tijdsdruk en laat het zo nutteloos mogelijk zijn. Dan krijg je ruimte om dingen te verwerken, overdenken en misschien zelfs nieuwe ideeën krijgen. Bovenal betekent het dat je even niets moet, en juist daarmee ruimte creeërt voor nieuwe dingen. Misschien betekent dat dat het werk een dagje op zich moet laten wachten. Of de was. Misschien betekent het zelfs een keer een geprogrammeerde yoga of meditatiesessie in de dagelijkse setting overslaan. Wie weet? Zolang het op dat moment maar volledig nutteloos is.

Links:
beschadigd
Critical Alignment Yoga